Kapper

Tekst: Mat Heffels | Fotografie: fizkes / iStock

Mat Heffels is bladenmaker, schrijver en chroniqueur, is getrouwd en heeft een dochter en een zoon die niet meer thuis wonen. De (3!) katten, het hondje en de kippen nog wel. Zou graag van een rustig pensioen genieten, maar er komt altijd iets tussen... 

Soms mag ik mee als mijn vrouw ergens representatief moet doen, haar gezicht wil laten zien of niet kan wegblijven. En soms hoef ik dan niet, maar vaak wil ik best. Kom ik ook eens ergens. Vandaag sta ik aan haar zijde in de ontvangstruimte van een historisch gebouw in de grote stad. Had ik nooit van binnen gezien, dus dat pikken we even mee. Zo meteen zal in een belendend zaaltje een boekpresentatie plaatsvinden. 

‘Mijn taak als “man van” is niet erg ingewikkeld’

Mijn taak als “man van” is niet erg ingewikkeld; niet te hard luisteren over de andere aanwezigen, niet het hele bakje nootjes leeg eten en bij voorkeur herinneren welke van haar collega’s ik al eerder heb ontmoet. In dit geval zijn er geen nootjes, trouwens, maar After Eight, mint in chocola. Daar ben ik gek op. Aandachtig en geïnteresseerd, maar zonder mensen aan te staren, kijk ik de zaal rond. Niettemin had ik de mevrouw die mij schuin van achteren benadert niet opgemerkt.

‘U bent toch Mat Heffels?’ Mijn koffie kopje rammelt op het schoteltje door de verrassingsaanval. Ontkennen heeft geen zin, het is meer een mededeling dan een vraag. Het film-antwoord- met-een-vraag ‘wie wil dat weten?’ kan ik achterwege laten, want de ervaring leert dat dat mysterie aansluitend onthuld gaat worden. Waarmee ik niet wil suggereren dat ik veel ervaring heb met fans die me besluipen op de boekpresentatie van iemand anders. Of met fans überhaupt. 

‘Nou en of!’ zeg ik dus, ad rem als altijd. ‘Ik ben de dochter van de kapper in je oude dorp,’ zegt de dame. Zó, die komt binnen! De kapper in mijn oude dorp was provinciaal kampioen – ‘nee, lándskampioen,’ verbetert zijn dochter – heren knippen. De trots van ons dorp. Toen ik zijn klant was, had hij nog helemaal geen dochter, want hij was zelf toen nog de zoon van de oude kapper. Tot diep in mijn studententijd was hij de enige die aan mijn haar mocht zitten. Mannen hebben dat, die onvoorwaardelijke trouw aan hun kapper, in tegenstelling tot vrouwen. Is mij verteld door een kapper in mijn huidige woonplaats, die het overigens niet lang heeft gemaakt als de mijne omdat het verder maar een rare snuiter was. Het moet wel klikken, natuurlijk.

Na mijn dorpskampioen heb ik jarenlang iets gehad met ene Saskia uit en in Amsterdam-Noord. Op zichzelf geen geweldig kniptalent, maar de spiegel wil ook wat en niemand kon zo heilzaam zacht-stevig de hoofdhuid masseren als Sas. Zij was opeens met
de noorderzon verdwenen. Daarna een hele reeks wisselende contacten, totdat inmiddels al weer vele jaren geleden mijn huidige coiffeur op mijn pad kwam: Jack de Knipper. Die naam alleen al. Met zijn harde handen en uiterlijk de tegenpool van Saskia en ook bepaald geen kampioen, maar verder alles wat een man van zijn kapper verwacht. We bespreken de vrouwen en het leven, elkaars medicatie en de medische stand als zodanig, de wereldpolitiek en vakantieplannen en roddelen natuurlijk goedmoedig over de klanten die net vertrekken of zo meteen komen.

Jack heeft mijn quasinonchalante look in de loop der jaren geperfectioneerd en aangepast aan de veranderende haar-implant. En is tegenwoordig in hooguit tien minuten aan mij uitgeknipt; maar dan meestal nog lang niet uitgeluld. Je komt er nauwelijks tussen. Maar met dit verhaal gaat dat lukken. Het zou over Multatuli en de Max Havelaar gaan en het moet nog goed en wel beginnen, maar de avond is voor mij nu al een succes. 

Deze column verscheen in Noorderland 8-2017. Bestel het nummer hier